Publicatie in 3D-print magazine en Jaarboek Verspanen over platformen in de maakindustrie

Het disruptieve, het ontwrichtende van 3D-printen zit niet zozeer in de technologie zelf, maar meer in de manier waarop digitalisering bestaande verdienmodellen en machtsverhoudingen verandert. Iedereen weet hoe het internet sectoren zoals retail, de reiswereld en de muziekindustrie op zijn kop heeft gezet. Gaat de maakindustrie dezelfde verandering doormaken?

Gespreven door Franc Coenen, gepubliceerd in 3D-printmagazine en Jaarboek Verspanen, naar aanleiding van Nanning de Jong’s hoofdstuk over 3D printplatformen in het boek ‘De kracht van platformen’.

Nanning de Jong in 3D-print magazine en Jaarboek Verspanen

Over die vraag buigen Nanning de Jong en Maurits Kreijveld zich in het boek De Kracht van Platformen, een uitgave van het Rathenau Instituut. Futoroloog Maurits Kreijveld beschrijft met een aantal auteurs hoe bedrijfstakken en maatschappelijke domeinen te maken gaan krijgen met platformen die ontstaan door de digitalisering. Nanning de Jong gaat in een hoofdstuk in dit boek in op de vraag hoe 3D-printen de maakindustrie kan veranderen.

Schaalgrootte niet meer nodig

Hij noemt in het boek 2006 als het keerpunt in de ontwikkeling van 3D-printen. In dat jaar vervielen bepaalde patenten waarop in Engeland de RepRap community de ontwikkeling van opensource 3D-printers startte. Dat is de basis geweest voor bedrijven zoals Makerbot in de VS en Ultimaker in Nederland. Daarna gaat Nanning de Jong in op de mogelijke effecten van de digitalisering van de productieketen. Veel ontwerpbeperkingen vervallen doordat 3D-printen ingezet kan worden om kleine series eindproducten te maken. Nieuwe producten en ontwerpen worden mogelijk die in potentie beter aansluiten bij de klantwensen. “Dit kan verschuivingen opleveren in de markt en ontwrichtend zijn voor bedrijven die zich niet aanpassen.” Barrières in het ontwerpproces worden verlaagd en er ontstaat in het ontwerpproces interactie met klanten. Hij geeft meerdere voorbeelden van co-creatie, onder andere door de Nederlandse bedrijven Zazzy en Suuz die via een web applicatie klanten hun sieraadontwerp laten aanpassen. Een belangrijke constatering die De Jong even verderop in zijn betoog doet, is: “Waar vroeger een bepaalde vaardigheid, schaalgrootte of een groot afzetkanaal noodzakelijk was, verdwijnen deze toetredingsdrempels nu voor veel typen producten. De schaalgrootte van multinationals is niet meer noodzakelijk om betaalbaar producten te maken.”

Nanning de Jong in 3D print magazine en Jaarboek Verspanen over nieuwe digitale platformen in de maakindustrie

De schaalgrootte van multinationals is niet meer noodzakelijk om betaalbaar producten te maken

Geïntegreerde platforms

De digitalisering leidt tot de komst van geïntegreerde platforms in de maakindustrie. Contentcreatie, content delen en beoordelen én productie schuiven in elkaar. De hele keten, van idee tot productie, distributie en marketing kan opnieuw ingedeeld worden, vertrekkend vanuit de eindgebruiker. Die kan met een thuisprinter zelfs producent worden. Nieuwe spelers kunnen makkelijk toetreden tot zo’n platform, wat zorgt voor nieuwe machtsverhoudingen. Fabrikanten zoals 3D Systems en Stratasys zijn hier volop mee bezig. Zij proberen zich zowel aan de platformkant (Thingiverse bij Stratasys) als aan de hardwarekant bij nieuwe klantgroepen (MakerBot) te versterken.
Ze anticiperen op de ontwikkeling dat 3D-printtechnologie een algemeen platform voor maaktechnologie wordt, waar bij ontwerpen door de hele keten uitgewisseld kunnen worden.
“Wie daarin standaarden kan zetten en de grootste groep gebruikers aan zich weet te binden, kan een controlerende positie hebben in deze industrietak”, aldus Nanning de Jong in het boek. Ook het Amerikaanse Autodesk is bezig om zich met haar 123D en Spark platformen te verbreden naar nieuwe klantgoepen, technologiën en businessmodellen.
Aan de besturingskant is Autodesk actief met het opensource platform Spark, dat het printen betrouwbaarder en makkelijker moet maken. Met Spark wil Autodesk de ontwikkeling van 3D-printen versnellen en van Spark een standaard besturingssysteem maken. Nanning de Jong gaat ook nog in op de verdienmodellen en de uitdaging die er ligt op het vlak van eigendomsrechten.

Amerika voorop in consolidatieslag

De Jong noemt het opvallend dat de Amerikaanse spelers volop bezig zijn met een consolidatieslag, die de Europese spelers zoals EOS, Concept Laser en SM Solutions vooralsnog aan zich voorbij laten gaan. Het zijn vooral de Amerikaanse bedrijven die inzetten op platformen. De technische superioriteit, typerend voor Europese spelers, is volgens de auteur geen garantie voor de toekomst. “Technische superioriteit is niet bepalend voor een succesvol platform.” Hij vindt dat de Nederlandse overheid de toegang tot digitale productietechniek voor uitvinders, het mkb
en grote bedrijven kan stimuleren door nabijheid in de lokale omgeving en laagdrempelige kosten. De mogelijkheden voor Nederland liggen volgens De Jong vooral in geïntegreerde en geconvergeerde diensten, waarbij de toegevoegde waarde van de eindgebruiker voorop staat. “Creatieve verdienmodellen en nieuwe combinaties van producten, logistiek en diensten, daar zal het steeds meer om draaien”, schrijft De Jong tot slot. Daarom moet Nederland toegang behouden tot de platformen en de ontwikkelde technologieën. Alleen op die manier kan Nederland profiteren van de verdere bundeling en integratie van ontwerpen, produceren, logistiek en distributie.

Boek De kracht van platformen schetst het ware disruptieve karakter van 3D-printen

Het boek De kracht van platformen is een uitgave van het Rathenau Instituut en Vakmedianet. Het Rathenau Instituut adviseert de overheid om het beleid ten aanzien van innovatieplatformen aan te passen.
Het boek (314 pagina’s) is verkrijgbaar bij o.a. Managementboek voor 22,25 euro als ebook (ISBN 978 94 6276 4) en als paperback voor 29,50 (ISBN nr 978 94 6276 009 7).